Leerlingenzorg
Uit onze schoolgids

De zorg voor de kinderen

4.1 Opvang van nieuwe leerlingen op de school
In de meeste gevallen zal een nieuwe leerling op de Slotschool vier jaar zijn. De inschrijving wordt over het algemeen gedaan door de directeur, Rein Reidsma Voordat uw kind wordt ingeschreven komt de leerkracht van groep 1 bij u thuis op huisbezoek om u van alles te vertellen over de school. U krijgt dan een kleuterfolder, een boekje en er wordt een afspraak gemaakt om drie keer te komen wennen.
Tijdens de inschrijving krijgt u van de directeur nog meer informatie. Naast de informatie wordt er een rondgang door de school gemaakt, om de school “in bedrijf” te zien.

4.2 Werken aan kwaliteit
De beste leerlingenzorg is het geven van goed onderwijs. Dit proberen we te realiseren door:

- te werken met goede methoden
- het geregeld volgen van nascholing
- goed personeel
- de kinderen een goede instructie te geven
- het goed volgen van de resultaten van de leerlingen.

Er zijn leerlingen die extra moeilijk werk aankunnen en kinderen die veel extra oefenstof nodig hebben. Hiermee houden we rekening in de planning van het onderwijsaanbod.
Bij de aanschaf van methoden wordt gekeken naar de indeling basisstof, verrijkingsstof en herhalingsstof.
Nog belangrijker dan de methoden die een school gebruikt zijn de mensen die er werken. Aan hen heeft u uw kind toevertrouwd. De teamleden werken niet op eigen houtje, maar besteden veel tijd aan samenwerking en overleg. Jaarlijks wordt geld uitgegeven aan nascholing. De maatschappij verandert voortdurend en dus ook het onderwijs. Nieuwe ontwikkelingen volgen we op de voet. Daarom zijn er elk jaar studiedagen.
Nog een manier om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en verder te verhogen is het werken met signalerende (Is er wat aan de hand) en diagnosticerende (Wat is er aan de hand?) toetsen. Toetsen geven ons inzicht in de schoolvorderingen van de kinderen.

4.3 De resultaten van het onderwijs
In algemene zin werken we als school aan de kerndoelen en proberen we een gunstige invloed op de resultaten van het onderwijs uit te oefenen door:
- voortdurend aan her- en bijscholing te doen.
- gebruik te maken van goede en moderne methoden.

- een analyse te maken van onze goede en zwakke punten m.b.v. een quick scan en een ouderenquête en dit te verwerken in de beleidsplannen voor de komende jaren.
- te werken met een meerjarenbeleid, zie ook het hoofdstuk schoolplan.

Om op onze school voldoende zicht te krijgen op de resultaten van het gegeven onderwijs maken we gebruik een regelmatige registratie/ observatie van de leervorderingen en
-ontwikkeling van de kinderen door de groepsleerkrachten.
Het betreft hier methodegebonden toetsmateriaal en een methode-onafhankelijk leerlingvolgsysteem (l.v.s.) voor de gehele school:

4.4 Toetsen
a. groep 1 en 2
- L.v.s. 1 en 2: CITO taal en ordenen
Het Cito- pakket probeert op de volgende vragen antwoord te geven:
Wanneer kan begonnen worden met het leren rekenen en/ of lezen?
Hoe krijg ik in beeld waar het kind qua ontwikkeling ongeveer zit?
- Sabosotoets: Dit is een toets waarbij we de voorwaarden om te kunnen lezen toetsen. Een voorwaarde om te kunnen lezen is bijvoorbeeld dat een kind met de klanken b oo m het woord boom kan maken.

b. groep 3 t/m 8
Cito toetsen voor begrijpend lezen, spelling, lezen, woordenschat (in ontwikkeling) en rekenen.
Een aantal kenmerken:
- het volgsysteem heeft betrekking op de gehele basisschool
- het heeft betrekking op de basisvaardigheden
- het vergelijken van resultaten van testen is mogelijk
- het systeem geeft mogelijkheden om zwakke en goede punten van de leerling en de groep vast te stellen
Het systeem is eenvoudig en praktisch en wordt op veel scholen gebruikt.
Eindonderzoek Boom
De kinderen van groep 8 worden in november getest m.b.v. de Drempeltest van Boom uitgevers. Deze drempeltest test niet alleen kennis, maar ook zaken als doorzettingsvermogen, nauwkeurigheid, ruimtelijke oriëntatie en zelfbeeld. Het is geen schoolkeuzetest maar een inschatting van niveau.

CITO-Entreetoets
Deze toets wordt in maart/april door groep 6 gemaakt. De toets geeft een duidelijk beeld van de vorderingen op het gebied van rekenen, taal en algemene kennis. De toets geeft aan waar zich nog eventuele hiaten bevinden.


Drempeltest en Cito-Eindtoets
Zowel de Drempeltest als de Citotoets helpen school, kinderen en ouders bij de keuze voor een school voor voortgezet onderwijs. De Drempeltoets krijgen de kinderen van groep 8 in oktober/november. Deze toetst globaal de intelligentie van de kinderen. De Citotoets is in het voorjaar.
Beide toetsen zijn niet doorslaggevend of zaligmakend. De scholen voor voortgezet onderwijs hechten ook veel waarde aan een goed onderbouwd advies van de basisschool.
Met de kwaliteit van onderwijs worden vaak de resultaten bedoeld. Hoe meer kinderen naar de HAVO of het VWO gaan, hoe beter de school. Als alleen deze gegevens doorslaggevend zouden zijn, betekent dat een enorme verarming van ons onderwijs.
De Slotschool wil geen leerfabriek zijn, waarin slechts kennis en vaardigheden worden overgedragen. Begeleiding bij de persoonlijke ontwikkeling vinden we tevens belangrijk.
Hierbij houden we er rekening mee dat ieder kind uniek is en z’n eigen mogelijkheden heeft.

In algemene zin kunnen we zeggen dat de Slotschool m.b.t. de resultaten van de CITO toetsen en de Drempeltest zich bevindt op of boven het niveau van het landelijk gemiddelde.
Het afgelopen cursusjaar waren de resultaten van de Drempeltest iets onder het landelijk gemiddelde. De CITO Eindtoets lag ongeveer op het niveau van landelijk gemiddeld.

4.5 Onderwijs op maat
Kinderen ontwikkelen zich van nature. Ze zijn nieuwsgierig en willen steeds iets nieuws leren. Op school stimuleren we de kinderen en dagen ze uit om steeds iets nieuws te ontdekken. Als de ontwikkeling wat minder vanzelfsprekend verloopt, bieden we hulp. De school is klassikaal georganiseerd. Wel wordt er rekening gehouden met verschil in aanleg en tempo. Wie moeite heeft met bepaalde onderdelen krijgt extra hulp en extra oefenstof. Voor kinderen die meer aankunnen is er altijd extra stof en extra uitdaging.
De vakken taal, lezen en rekenen vormen de kern van ons onderwijs.
Aan het zelfstandig verwerken en plannen van de leerstof hechten we veel waarde.
We werken planmatig aan het realiseren van een systeem van zelfstandig werken op school. Hierin zit een duidelijke lijn en opbouw.
De onderbouw werkt regelmatig met een dagtaak en in de bovenbouw werken de kinderen vaak met weektaken. Ze krijgen daarin een verplicht deel en een keuzedeel.
Dit cursusjaar gaan we verder met het werken met groepsplannen.
In een groepsplan proberen we tegemoet te komen aan de mogelijkheden van ieder kind. Kinderen die meer aankunnen, krijgen extra werk en kinderen die moeite hebben om de lesstof te verwerken krijgen o.a. meer instructietijd door bijvoorbeeld een verlengde instructie.
Het werken met groepsplannen past binnen het project “Passend Onderwijs” waarbij de afstemming van de lesstof op de behoefte van het kind centraal staat.
Dit cursusjaar werken we met groepsplannen voor begrijpend lezen, spelling en rekenen.

Beleid ten aanzien van zittenblijven en een groep overslaan.
In de schoolloopbaan van uw kind streven we naar een ononderbroken ontwikkeling. Toch kan het voorkomen dat we in overleg met de ouders besluiten dat een kind een jaar moet overdoen.
In principe kan dit tot en met groep 4. Bij kleuters komt het voor dat een kind nog te jong, te speels is en het beter is dat ze nog een jaar ‘kleuteren‘.
Het kan ook zijn dat een kind laag scoort op de Cito toetsen van het leerlingvolgsysteem. Er volgt dan een handelingsplan en een Pedagogisch Didactisch Onderzoek (PDO) Aan de hand van dit PDO bespreken we met de ouders wat de beste leerlijn voor het kind is.
In de groepen 3 en 4 zijn vaak leerproblemen aanleiding om te overwegen het kind nog een extra jaar te gunnen om de leerstof te leren beheersen.

NB: Een jaar overdoen betekent niet dat alle leerstof voor de tweede keer gedaan moet worden!

Een groep overslaan kan ook en in principe tot en met groep 4.
Uitgangspunten hierbij zijn:
a. Groep 1/2:
- Het kind presteert op Cito A-niveau
- Het heeft een taalgebruik boven het leeftijdsniveau
- Sociaal-emotioneel en leerhouding is sterk.
- Er is een goed overleg met de ouders over het versnellen van het kind geweest.
b. Groep 3/4:
- Het kind kan veel meer en veel moeilijker stof aan en is in staat om die stof met weinig hulp te kunnen verwerken.
- De resultaten van het leerlingvolgsysteem moeten een indicatie zijn.
- Het sociaal-emotionele aspect moet aanleiding zijn om te versnellen.
In alle gevallen staat het belang van uw kind voorop! De ouders worden bij het besluitvormingsproces nauw betrokken.

4.6 De speciale zorg
Twee keer per jaar worden de kinderen getoetst door middel van de Cito LVS-toetsen. Doel daarvan is een nog beter en methodeonafhankelijk beeld te krijgen van de leervorderingen van de kinderen.
In de groepen 1 en 2 krijgen de kinderen toetsen voor ordenen (rekenen) en taal. In het voorjaar komt daar nog de Saboso-toets bij. Die toets gebruiken we om te kijken naar de voorwaarden voor het leren lezen.
In groep 3 krijgen de kinderen toetsen voor technisch lezen, spelling, woordenschat en rekenen/wiskunde. Dit gaat door in de andere groepen en dan komt de toets voor begrijpend lezen er nog bij.
Heel veel toetsen in een kinderleven. De toetsuitslagen gebruiken we om ons onderwijs aan te passen aan de behoefte van de kinderen. Het is al lang niet meer zo dat alle kinderen hetzelfde onderwijsaanbod krijgen. In de groep zitten kinderen die meer instructietijd nodig hebben om de stof aan te kunnen of een ander soort instructie vragen. We hebben ook kinderen die bijna geen instructie nodig hebben en vragen om verrijking en verdieping. De vraag “wat heeft dit kind nodig” wordt steeds belangrijker.

Het gevaar van al die toetsen is dat het accent heel sterk komt te liggen op de leervakken, de zogenaamde cognitieve ontwikkeling. Door de onderwijsinspectie worden de scholen beoordeeld op de leerresultaten van de kinderen. Het gaat dan altijd over Cito-scores en opbrengsten. Gelukkig scoren we daar nog steeds voldoende op. Dat willen we vooral zo houden, maar we zijn ons ervan bewust dat we in ons onderwijsaanbod een brede ontwikkeling moeten nastreven. Hart, hoofd en handen moeten een plaats houden in ons onderwijs!
Een E-score voor een toets van het LVS is aanleiding om een handelingsplan te maken voor het onderdeel met een E-score. Dit HP wordt in overleg met de ouders en de interne begeleider zorgverbreding (Matthijs Elsma) door de groepsleerkracht gemaakt .Gedurende een bepaalde periode ( ongeveer 8 weken) wordt er mee gewerkt. Het is de bedoeling dat het hulpprogramma in de groep zelf verwerkt wordt.
Na afloop van het handelingsplan wordt er gekeken of er vooruitgang te zien is; het plan wordt geëvalueerd. Blijven er problemen dan kan een beroep gedaan worden op de bovenschoolse IB-ster Ellen Timmerman, het WSNS team, de logopediste, schoolarts en de schoolbegeleidingsdienst (Cedin).
Matthijs Elsma coördineert dit proces.
Na toestemming van de ouders kan er een uitgebreid onderzoek plaatsvinden om suggesties te krijgen voor verdere hulp of begeleiding.
Voor kinderen waarbij door onderzoek is vastgesteld dat ze de einddoelen niet zullen halen wordt een eigen leerlijn vastgesteld door de IB-er. Een eigen leerlijn is dat we het onderwijsprogramma voor het betreffende kind anders inrichten. We stellen haalbare doelen en toetsen en evalueren deze. Een kind met een eigen leerlijn haalt niet de einddoelen van groep 8 voor het onderdeel waar het een eigen leerlijn voor heeft.

Weer Samen Naar School
Bij het WSNS-project is het streven dat kinderen die uitvallen op de basisschool zo te ondersteunen dat ze niet verwezen hoeven te worden naar een school voor speciaal onderwijs, maar kunnen blijven op hun eigen vertrouwde basisschool. We werken daarin samen met een aantal andere scholen in de regio en scholen voor speciaal onderwijs.
Mocht blijken dat de basisschool ondanks extra hulp en onderwijs op maat niet in staat is een leerling voldoende te kunnen helpen, dan kunnen ouders en school overwegen om over te gaan tot verwijzing naar het speciaal onderwijs. Als criterium hiervoor houden wij aan dat er sprake moet zijn van ernstige leerproblemen op meerdere gebieden en we problemen verwachten en/of signaleren op sociaal emotioneel gebied. Er wordt dan een onderbouwde aanvraag ingediend bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg. Deze bepaalt of een kind toelaatbaar is. De ouders en de scholen bepalen of het kind ook daadwerkelijk naar het speciaal onderwijs gaat.
De Leeuwarder S.O. school waar wij mee samenwerken is:
- Aquamarijn, Eeskwerd 3, 8918CA Leeuwarden.
Tel.: 058-2662271

4.7 Leerlinggebonden financiering
Op 1 augustus 2003 is de “regeling leerlinggebonden financiering” in werking getreden. Vanaf dat moment kunnen – binnen bepaalde grenzen – kinderen met een handicap op basisscholen worden ingeschreven.

Onder leerlingen met een handicap worden kinderen verstaan die
• slechthorend of doof zijn,
• een spraak- en/of taalprobleem hebben,
• zeer moeilijk leren
• zeer moeilijk opvoedbaar zijn.
• een stoornis in het autistisch spectrum hebben
Deze leerlingen hebben, nadat de handicap is vastgesteld, een “indicatie” en een “rugzak” met financiële middelen.

Ouders kunnen er voor kiezen hun gehandicapte kind aan te melden bij een school voor Speciaal Onderwijs. In sommige gevallen zal dit verstandig zijn. Ouders kunnen hun kind ook aanmelden op de basisschool.
Deze aanmelding kan alleen met een positieve beschikking van een Commissie voor de Indicatiestelling (landelijke criteria).
Het regionaal expertise centrum (REC) verzorgt het speciaal onderwijs in de regio en biedt ambulante begeleiding aan bij scholen waar kinderen met een handicap les krijgen.
Het REC adviseert ouders hoe ze een verzoek tot indicatiestelling moeten indienen. Ook kan het REC ouders helpen bij het kiezen van een geschikte school.

Onze school is bereid om kinderen met een handicap toe te laten, maar centraal staat dan steeds de vraag of wij de voorwaarden kunnen scheppen om het kind op een verantwoorde wijze op te vangen en of wij de gewenste zorg kunnen bieden.
Bij die afweging zijn de deskundigheid van het team, de invloed die de plaatsing kan hebben op school- en groepsomstandigheden en de mogelijkheden of onmogelijkheden van het schoolgebouw, van wezenlijk belang.
Overigens is de binnen onze school gehanteerde toelatings- en weigeringsprocedure van toepassing bij de aanmelding.
Als team hebben we over het voorgaande onderbouwde afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een zorgprotocol (beleidsstuk) dat op school ter inzage ligt voor alle ouders. Voor vragen kunt u contact opnemen met de intern begeleider van de school, Matthijs Elsma.

4.8 Schoolbegeleiding
De heer Duco Creemers is de onderwijsbegeleider van de Slotschool. Zijn taak is het begeleiden en adviseren van het schoolteam bij zaken als onderwijsvernieuwing en aanschaf van een nieuwe methode.
Hij geeft begeleiding bij de zorg!

4.9 Schoolarts
G.G.D. Noord-Friesland,
tel.: 058-2334334
De schoolarts stelt zich ten doel: ”Het begeleiden van de groei en ontwikkeling en het zo vroeg mogelijk signaleren van stoornissen in de ontwikkeling.”
Het werk van de schoolarts is een vervolg op de jeugdgezondheidszorg van 0 tot 4 jaar door de consultatiebureaus van de kruisvereniging.
Het onderzoeksschema is als volgt:
- Groep 2: Geneeskundig onderzoek door de schoolarts
- Groep 7: Preventief verpleegkundig onderzoek

4.10 Schoolmaatschappelijk werk en centrum voor jeugd en gezin.
Bij sociaal-emotionele problemen en/of opvoedingsproblemen van een leerling thuis, die ook voor school relevant zijn, kan er een beroep worden gedaan op de schoolmaatschappelijk werkster. Aanmeldingen lopen via de IB-er Matthijs Elsma.
Centrum voor jeugd en gezin.
In 2010 is voor de vier Middelseegemeenten het Centrum voor jeugd en gezin geopend (CJG).
Het CJG is een samenwerkingsverband tussen basisscholen,kinderopvang, peuterspeelzalen, jongerenwerk, welzijnswerk, maatschappelijk werk enz. Door deze samenwerking is er veel kennis aanwezig. Heeft u als ouder/verzorger vragen over opgroeien en opvoeden in de ruime zin van het woord, dan kunt u terecht bij het coördinatiepunt: info@cjgmiddelsee.nl Telefoon 058 2348434.
Mevr. Annelien Ellerman, de coördinator, neemt dan zo snel mogelijk contact met u op.
Natuurlijk kunt u uw vraag ook stellen aan de professional waarmee u al contact hebt (leerkracht, intern begeleider of orthopedagoog). Zij kunnen de vraag dan doorspelen of, als dat praktischer is, u meteen op de mogelijkheden wijzen.
Het CJG is er voor iedereen en is gratis. Uw gegevens worden zonder uw toestemming niet aan andere organisaties gegeven.

Schoolmaatschappelijkwerk.

Sinds 2010 bestaat er voor ouders de mogelijkheid om gebruik te maken van schoolmaatschappelijk werk. Onze gemeente subsidieert dit.

Wat doet een schoolmaatschappelijkwerker (ster)?
• Informatie, advies en begeleiding geven
• De oorzaken van een probleem zoeken en bijdragen aan het zoeken van een oplossing
• Kortdurende psychosociale hulpverlening

Wanneer kunt u het schoolmaatschappelijkwerk inschakelen?
Als het thuis of op school om wat voor reden dan ook, niet goed gaat met uw kind, kan er een beroep worden gedaan op het schoolmaatschappelijk werk.
Enkele voorbeelden daarvan zijn:
• Pesten of gepest worden
• Agressiviteit of hyperactiviteit
• Geen contact willen of verlegen zijn
• Scheidingsproblematiek
• Driftbuien of ruzie maken
• Niet willen luisteren

Hoe werkt het schoolmaatschappelijkwerk?
De hulpverlening van de schoolmaatschappelijkwerkster is kortdurend. Soms is een oriënterend gesprek voldoende maar soms zijn er meer gesprekken nodig. Deze gesprekken vinden plaats op school. Oudergesprekken kunnen thuis plaats vinden.
U kunt uw kind aanmelden via de Intern Begeleider(ster) van uw school. Deze neemt dan contact op met de schoolmaatschappelijkwerker (ster). Samen wordt dan gekeken naar de vervolgstappen.
Daarnaast is het mogelijk dat u zelf contact opneemt om uw kind aan te melden.
Meer weten of een afspraak maken?
Bereikbaar op telefoonnummer: 0518- 418283 (via het CJG kan ook).
Mevr. Hanneke Roelofsen en mevr. Hermine Rütter.

4.11 Incidenten
We vinden een goed contact met de ouders heel belangrijk, ook als er ongewenste gebeurtenissen plaatsvinden. We willen u inlichten als er een ernstige vechtpartij plaatsvindt tussen 2 of meer kinderen, als kinderen “gepakt” worden na schooltijd, als er ernstige pesterijen plaatsvinden enz..
Soms gebeuren er op school dingen tussen kinderen waarbij wij als team meer informatie en/of advies nodig hebben van andere instanties zoals Jeugdzorg, GGD of de schoolarts. Zij adviseren ons dan hoe we kunnen handelen. Hiervoor hebben we een protocol opgesteld.